Imker met blauwe handschoenen bij een bijenkast

Home › Kennis › C3- en C4-suikers

C3- en C4-suikers in honing: zo vindt een lab bijgemengde siroop

Suikersiroop die door honing is geroerd, zie je niet aan de pot. Een lab kan het wel vinden, omdat suiker uit verschillende planten een eigen chemische afdruk heeft. Hier lees je wat C3 en C4 betekenen, wat de twee tests doen en waar hun grens ligt, en hoe je de uitslag op een labrapport leest.

KennisMicha MeuwessenOprichter & Head of BeesBijgewerkt 4 november 2026

Wat zijn C3- en C4-suikers?

C3 en C4 zijn twee manieren waarop planten bij fotosynthese koolstof uit de lucht vastleggen en er suiker van maken. De namen komen van de eerste stof die daarbij ontstaat: bij C3-planten heeft die drie koolstofatomen, bij C4-planten vier.

C3-planten zijn de meeste planten, waaronder suikerbiet, rijst en tarwe. Ook de bloemen en struiken waar bijen nectar halen, zijn bijna allemaal C3-planten.

C4-planten zijn een kleinere groep, waaronder suikerriet en maïs.

Het verschil zit in de koolstof. Koolstof bestaat in een lichte en een iets zwaardere vorm. C4-planten nemen naar verhouding meer van de zware vorm op dan C3-planten. Die verhouding, de isotopensignatuur, zit daarna in de suiker die de plant maakt, en in alles wat van die suiker gemaakt wordt: rietsuiker, maïssiroop, bietsuiker, rijststroop.

Waarom je zo suikersiroop in honing kunt vinden

Honing aanlengen met goedkopere suikersiroop is een bekende vorm van voedselfraude. Daarom kijkt een lab naar de herkomst van de suikers zelf.

Honing bestaat vooral uit suikers die bijen uit nectar halen. Komt die nectar van C3-planten, dan heeft de honing een C3-signatuur. Wordt er siroop uit suikerriet of maïs door geroerd, dan verschuift die signatuur, en dat is meetbaar.

Siroop uit C3-planten, zoals suikerbiet of rijst, is lastiger. Die heeft ongeveer dezelfde signatuur als de honing zelf. Daarvoor is een andere test nodig.

Hoe test je honing op toegevoegde suiker?

Er zijn twee tests, elk voor een eigen soort siroop.

De C4-test (AOAC 998.12)

Dit is een internationale methode voor siroop uit rietsuiker en maïs. Het lab meet de koolstofisotopen in de honing en ziet zo of er C4-suiker bij zit.

De C3-test (LC-HRMS)

Voor siroop uit C3-planten werken wij met FoodQS in Duitsland. LC-HRMS staat voor vloeistofchromatografie met hoge-resolutie-massaspectrometrie: het lab scheidt de stoffen in de honing en zoekt naar sporen die siroop achterlaat. Het zoekt ook naar sporen van invertsiroop en zetmeelsiroop, bijvoorbeeld uit maïs, rijst of suikerbiet. Daarom staat maïs hier ook bij, hoewel het een C4-plant is.

Waar de grens ligt

Elke test vindt alleen wat boven zijn meetgrens ligt. Een negatieve uitslag betekent: niet gevonden boven die grens, niet “nul”. De tests zeggen ook niets over van welke bloem de honing komt. Sinds 2018 mag honing Nieuw-Zeeland alleen als Manuka honing verlaten als ze de officiële MPI-test haalt; meer daarover bij onze kwaliteit. Hoe je echte Manuka honing herkent, lees je bij Wat is Manuka honing?.

Zo lees je C3 en C4 op een labrapport

Op een labrapport staan de twee tests meestal als aparte regels. Als voorbeeld het rapport van een recente, echte batch van MNZ (MGO 1500+):

Meting

Uitslag

C3-suikers

negatief (siroop-markers < LOQ)

C4-suikers

negatief

“Negatief” betekent dat het lab geen toegevoegde suiker vond. Bij de C3-test zie je soms “< LOQ” staan. LOQ staat voor “limit of quantification”: de kleinste hoeveelheid die de methode betrouwbaar kan meten. De siroop-markers lagen daaronder. Het rapport is in het Engels, zoals de labs het afgeven.

Dit is een voorbeeld, niet de uitslag van jouw pot. Elke batch wordt opnieuw getest. Het hele rapport staat bij het voorbeeldrapport.

Hoe MNZ op siroop laat testen

Bij MNZ is de test op vreemde suikers (C3 en C4) een vast onderdeel van het ManukaID™-panel: zie wat we per batch laten testen. Op het label van je pot staat het batchnummer. Daarmee zoek je het labrapport van jouw batch online op via Check je pot.

Vragen over C3- en C4-suikers

Wat zijn C3- en C4-suikers?

+

Suikers uit twee groepen planten die op een verschillende manier koolstof vastleggen bij fotosynthese. C3-planten zijn onder meer suikerbiet, rijst en tarwe; C4-planten onder meer suikerriet en maïs. Hun suikers hebben een andere koolstofsignatuur, en die kan een lab meten.

Hoe test je honing op toegevoegde suiker?

+

Er zijn twee tests. De C4-test (AOAC 998.12) zoekt siroop uit rietsuiker en maïs. De C3-test (LC-HRMS) zoekt siroop uit planten zoals suikerbiet en rijst. Die laten we doen bij FoodQS in Duitsland.

Wat betekent “C3 negatief” op een labrapport?

+

Negatief betekent dat het lab geen toegevoegde suiker vond. Bij de C3-test zie je soms “< LOQ” staan. Dat wil zeggen dat de siroop-markers onder de kleinste hoeveelheid lagen die de methode betrouwbaar kan meten.

Zelf de uitslag van je pot bekijken

Heb je een pot van MNZ, zoek dan met het batchnummer op het label het labrapport van jouw batch op. Daarin staan C3 en C4 bij de andere metingen.